Fons Van Dyck
  • Home
  • De Toekomst Is Terug
  • Over Fons
  • Doe de test
  • Contact

De Kijk van Van Dyck

Fons Van Dyck kijkt om en blikt vooruit op de kleine en grote wereld van consumensen, de rol van merken en media en de ruime samenleving. Meer inzicht, meer vooruitzicht.
​

ontvang de nieuwsbrief

4 redenen waarom Belgen zo pessimistisch zijn

1/5/2026

Afbeelding
Volgens recente cijfers van de Europese Commissie staat België helemaal onderaan de Europese rangschikking van economisch sentiment: nergens zijn consumenten én bedrijven zo somber over de economische toekomst als bij ons. En nochtans zijn Belgen rijker dan ooit. Ik zie vier onderliggende verklaringen: de permacrisis, de mentale winter, onze diepgewortelde culturele inborst en ‘statusangst’: de angst om te verliezen wat we verworven hebben.

​De Nationale Bank van België bevestigt hetzelfde pessimistische  beeld: in april 2026 daalde het consumentenvertrouwen voor de derde maand op rij, tot het laagste niveau sinds april vorig jaar. Vooral de vrees voor werkloosheid neemt toe. Het crisisoverleg deze week over de toekomst van de Volvo fabriek in Gent  zal dat zeker niet weggewerkt hebben. Terzelfdertijd worden gezinnen negatiever  over hun financiële situatie en hun spaarvermogen. Dat is  op het eerste zicht opmerkelijk. Belgische gezinnen zijn rijker dan ooit, met een totaal financieel vermogen van 1.338 miljard euro. Deze toename van ruim 58,7 miljard euro in 2025 is hoofdzakelijk gedreven door stijgende beurskoersen en positieve resultaten op beleggingsfondsen. Het spaargeld op rekeningen blijft hoog, maar vermogenswinsten komen vooral uit aandelen en fondsen. En toch kijkt de Belg naar de toekomst alsof de winter nog moet beginnen. Het lijkt paradoxaal. Waarom?

Er zijn vier verklaringen. En ze versterken elkaar.
De eerste verklaring is de permacrisis. Sinds corona leven we niet meer van crisis naar crisis, maar ín crisis. Pandemie. Oekraïne. Gaza. Tarievenoorlog. De nieuwe oorlog in Iran en de stijgende energieprijzen. Daarbovenop de sluimerende dreiging van de klimaatopwarming, de angst dat AI jobs zal vernietigen, en het gevoel dat de industrie langzaam uit ons land en Europa verdwijnt. De Wereldbank waarschuwde eind april dat de oorlog in het Midden-Oosten de grootste energieprijsschok in jaren kan veroorzaken.

De Belg hoort dat allemaal niet als losse feiten. Hij stapelt ze op. Elke nieuwe schok wordt niet gezien als een incident, maar als bevestiging van een groter patroon: het wordt niet beter, het wordt erger. Dat is de psychologie van de permacrisis. Niet de crisis zelf is het probleem, maar het gevoel dat er geen einde meer aan komt.

De tweede verklaring ligt dieper. We bewegen, zoals ik het al langer analyseer, naar een mentale winter. In een mentale zomer overheerst vertrouwen. Mensen geloven dat de toekomst beter wordt dan het heden. In een mentale winter kantelt dat. De toekomst wordt geen belofte meer, maar een bedreiging.
Volgens mijn eigen onderzoek kijkt zeven op de tien Belgen somber naar de eigen toekomst. Zij vrezen dat kinderen en kleinkinderen het minder goed zullen hebben dan hun ouders en grootouders. Dat is een fundamentele breuk met het vooruitgangsgeloof dat decennialang de motor was van consumptie, politiek en ondernemerschap. Wie gelooft dat morgen beter wordt, investeert. Wie vreest dat morgen slechter wordt, spaart, stelt uit, beschermt zichzelf en wantrouwt grote beloften.
Daarom is consumentenvertrouwen veel meer dan een economische indicator. Het is een barometer van collectieve gemoedstoestand. Als mensen vrezen voor werkloosheid, dalende koopkracht en onzekere pensioenen, dan gaat het niet alleen over cijfers. Het gaat over bestaanszekerheid.

Maar de permacrisis en de mentale winter gelden ook in andere landen. Wat maakt dan de Belgische case zo uitzonderlijk? De derde verklaring is cultureel. De Belg is van nature geen roekeloze avonturier. In de studies van de Nederlandse cultuursocioloog Geert Hofstede scoort België zeer hoog op onzekerheidsvermijding: België behoort tot de landen waar mensen zich sterk ongemakkelijk voelen bij ambiguïteit, onvoorspelbaarheid en gebrek aan structuur. In Hofstede’s klassieke index krijgen Vlamingen een score rond 97, en Walen rond 93.  Vlamingen staan daarmee op de vijfde plaats van alle landen in de wereld als het op risico vermijden aankomt, veel hoger dan bijvoorbeeld Nederland, Zweden of Denemarken. 
Dat verklaart veel. In onzekere tijden zoekt de Belg regels, garanties, buffers, attesten, zekerheden. Hij wil weten waar hij aan toe is. Maar precies dat ontbreekt vandaag. De politiek is onmachtig om het gat in de begroting dicht te rijden. De geopolitiek is grillig. Technologie verandert sneller dan instituties kunnen volgen. Energieprijzen schommelen. En de economie lijkt tegelijk te vertragen en  het leven duurder te worden. Het inflatiecijfer piekte in april op 4 procent. Het Belgische pessimisme is dus geen karakterfout. Het is de botsing tussen een risicomijdende cultuur en een wereld die steeds risicovoller aanvoelt. 

De rijkdom van de Belgen en hun pessimisme over de toekomst hoeven geen paradox te zijn, maar kunnen ook met elkaar in verband staan. Pessimisme komt niet alleen voort uit armoede of koopkrachtverlies, maar uit statusonzekerheid in een rijk land. Meteen de vierde verklaring. De brede middenklasse heeft veel te verliezen.  Mensen vragen zich niet alleen af: “Heb ik genoeg?” Maar ook: “Kan ik mijn plaats behouden?” “Kan mijn kind nog een woning kopen?” “Val ik achterop tegenover wie erft, belegt, vastgoed bezit of profiteert van nieuwe technologie?” Dat is de kern van statusangst : de angst om sociaal, economisch of symbolisch te zakken op de ladder. Het toont dat welvaart niet alleen absoluut wordt ervaren, maar ook relatief.
Dat maakt statusangst typisch voor een mentale winter: niet de afwezigheid van welvaart, maar de angst dat de toekomst die welvaart niet meer zal beschermen. De Belg is niet pessimistisch omdat hij arm is. Hij is pessimistisch omdat hij vreest minder rijk te blijven. Statusangst is de vrees dat de ladder waarop men staat, onder de voeten begint te schuiven.

Voor bedrijven en merken - en de politieke wereld - is dat een cruciale les. In zo’n klimaat volstaat het niet om optimistische slogans te lanceren. De consument gelooft geen holle beloftes meer. Hij zoekt houvast. Merken die vandaag vertrouwen willen winnen, moeten drie dingen doen: onzekerheid verminderen, concrete waarde bieden en geloofwaardig blijven in hun identiteit.
In een mentale winter wint niet het luidste merk, maar het meest betrouwbare. Niet het merk dat roept dat alles goed komt, maar het merk dat mensen helpt om door de storm te gaan.
Want pessimisme is zelden het einde van de toekomst. Het is vaak een vraag om bescherming, richting en vertrouwen. De Belg is niet tegen de toekomst. Hij wil alleen eerst weten of de brug stevig genoeg is.

Beeld gegenereerd met AI.


Opmerkingen zijn gesloten.
Ontvang wekelijks de laatste blogposts in je mailbox! privacyverklaring
 

RSS-feed

© Copyright - THINK BBDO - Privacy-Charter en cookies
  • Home
  • De Toekomst Is Terug
  • Over Fons
  • Doe de test
  • Contact